Pensioen en arbeidsongeschiktheid

Als u (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent of wordt, zijn er een aantal bepalingen in het pensioenreglement die voor u van belang zijn. Hierna wordt kort op deze zaken ingegaan. Als u behoefte heeft aan meer informatie kunt u contact opnemen met de afdeling P&O van uw werkgever of de klantenservice van Pensioenfonds Zorg en Welzijn via telefoonnummer 030-2775577.

Opbouw van pensioen bij arbeidsongeschiktheid

Indien u volledig arbeidsongeschikt bent, loopt de opbouw van uw pensioen gewoon door tot de pensioendatum. Dat gebeurt op basis van het salaris op het moment dat u arbeidsongeschikt bent geworden.

Gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid

Indien u voor een deel arbeidsongeschikt bent, is er vaak recht op verdere opbouw van het pensioen. Dat hangt echter af van het moment waarop u gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent geworden en in welke pensioenregeling u vroeger deelnemer was. Dit is vastgelegd in een overgangsbepaling. Bij twijfel aan uw persoonlijke situatie kunt u contact opnemen met de werknemersdesk van Reaal

Uitstel van (tijdelijk) ouderdomspensioen

Het pensioenreglement biedt, onder voorwaarden, de mogelijkheid een pensioen dat vóór 65 jaar tot uitkering komt uit te stellen tot de 65-jarige leeftijd. Uiteraard wordt het pensioen daardoor hoger. Deze mogelijkheid bestaat echter niet voor de deelnemers die volledig arbeidsongeschikt zijn. Deelnemers die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, kunnen het deel van hun pensioen dat samenhangt met de mate van arbeidsongeschiktheid niet uitstellen. Het andere deel van uw pensioen, waarvoor u dus arbeidsgeschikt bent, kan wel worden uitgesteld zolang er een dienstverband met de werkgever is.

WIA-excedent

Indien het salaris hoger is dan het maximum dagloon volgens de WIA (in 2007 is dat € 45.017,-- per jaar) en u na 1 januari 2006 arbeidsongeschikt bent geworden volgens de WIA, heeft u recht op een aanvulling. Deze aanvulling is gelijk aan 70% van het salaris dat boven het maximum dagloon volgens de WIA ligt. Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (35% of meer arbeidsongeschikt) wordt de uitkering naar rato van de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld.

Samenloop pensioen en WAO/WIA-uitkering

Op grond van de pensioenregeling zoals die tot en met 2005 van kracht was, hebben deelnemers die al vóór 2006 in dienst waren recht op een stukje pensioen vanaf 60 jaar. Dit tijdelijk ouderdomspensioen (TOP) wordt uitgekeerd tot dat je 65 jaar wordt. Daarna komt het 'gewone' pensioen tot uitkering. Voor deelnemers die al vóór 1 januari 2006 arbeidsongeschikt zijn geworden (onder de WAO) zal er vaak een ouderdomspensioen (OP) en een tijdelijk ouderdomspensioen zijn. Beide pensioenen komen vóór 65 jaar tot uitkering. Het ouderdomspensioen wordt uitgekeerd zolang de verzekerde in leven is. Het tijdelijk ouderdomspensioen wordt uitgekeerd tot de 65-jarige leeftijd.

Indien de deelnemer bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een uitkering ontvangt op grond van de WAO of WIA ontstaat er een bijzondere situatie. De WAO/WIA-uitkering loopt door zolang je arbeidsongeschikt bent, uiterlijk tot dat je 65 jaar wordt. Zonder nadere bepalingen zou je dus vanaf je pensioendatum een WAO/WIA-uitkering ontvangen én een OP/TOP. Samen leidt dat tot een inkomen wat voor sommigen zelfs hoger kan zijn dan hun inkomen voordat zij arbeidsongeschikt werden. Daarom is er een zogenaamde 'anticumilatie-regeling' in het pensioenreglement opgenomen (zie bijlage 4, artikel 5.2 van het Pensioenreglement 1-1-2007). Op het voor de 65-ste verjaardag uit te keren (tijdelijk) ouderdomspensioen wordt de volledige WAO/WIA-uitkering in mindering gebracht. Als het pensioen dus lager is dan de WAO/WIA-uitkering, ontvang je alleen de WAO/WIA-uitkering. Als het pensioen hoger is, ontvang je alleen het deel dat hoger is dan de WAO/WIA-uitkering.

Op zich geen nieuwe bepaling. Ook in het vorige pensioenreglement en in de meeste daaraan voorafgaande reglementen was een dergelijke bepaling opgenomen. Toch blijkt in de praktijk dat de uitvoering van deze bepaling nogal eens tot vragen leidt. Daarom heeft het bestuur van het Pensioenfonds FNV onlangs een besluit genomen over de praktische uitvoering van dit besluit.

Bij aanvang van de WAO- of WIA-uitkering wordt bepaald hoeveel er op het pensioen moet worden gekort. De eerst bruto/netto-specificatie van het UWV dient aan Reaal te worden gezonden. Op basis hiervan wordt de toe te passen korting bepaald. Bij wijziging van het percentage arbeidsongeschiktheid dient een nieuwe bruto/netto-specificatie aan Reaal te worden gezonden, waarna de korting opnieuw wordt vastgesteld. Ook bij wettelijke wijzigingen van je uitkering, zoals een inflatiecorrectie, dient u een nieuwe bruto/netto-specificatie aan Reaal te sturen.